Huisvesting

De samenwerkende Amsterdamse OV-musea hebben een belangrijke historische collectie onder hun hoede. Het vinden van een passende en toekomstvaste huisvesting voor dit cultureel erfgoed is de laatste jaren een nijpend probleem geworden.

Op dit ogenblik is de collectie van de samenwerkende OV-musea op verscheidene plaatsen in Amsterdam ondergebracht. Het AOM huurt sedert 1997 twee hallen van de oude remise Tollensstraat in Oud-West. Dit remisecomplex kwam vrij nadat de centrale werkplaats van het GVB naar Diemen verhuisde. Een aantal trams en de collectie museumbussen van de stichting MUSA zijn gestald zich in de voormalige GVB-garage Oost aan de Oranje Vrijstaatkade. Daar bevindt zich ook de verzameling historisch materieel van de Stadsreiniging, die aan de zorgen van de MUSA is toevertrouwd toen de Stadsreiniging werd opgesplitst over de stadsdelen.

Een derde locatie is de Karperweg, achter het Haarlemmermeerstation. De museumlijnorganisaties RETM en EMA hebben daar de beschikking over enkele eenvoudige loodsen met een railaansluiting op de Elektrische Museumtramlijn.

De samenwerkende OV-musea in Amsterdam streven naar een openbaarvervoer- en straatbeeldmuseum waarin de collectie voertuigen, straatmeubilair en aanverwante attributen permanent aan het publiek kan worden getoond. Dit onderkomen moet tevens als uitvalsbasis kunnen dienen voor ritten met het historische materieel in de stad en op de museumtramlijn.

De passendste locatie hiervoor zou de uit 1902 daterende remise Tollensstraat zijn geweest. Het complex staat op de Rijksmonumentenlijst en is in zijn soort in Nederland alleen vergelijkbaar met de tramremise Frans Halsstraat in Den Haag, waarin sinds 1989 het Haags Openbaar Vervoer Museum is gevestigd. Het Stadsdeel Oud-West heeft echter andere plannen met de 'Tollensstraat'. Naast een nieuw stadsdeelkantoor en een grand-café moeten in de oude hallen een informatie-, cultuur- en recreatiecentrum komen. Twee hallen zijn gereserveerd voor 'bedrijvigheid'.

Iets soortgelijks is aan de hand met het onderkomen in garage Oost, een industrieel monument van architect I. Gosschalk, gebouwd in 1885-1887 als onderdeel van de Oostergasfabriek. Ook hier wil het plaatselijke Stadsdeel (in dit geval Oost/Water­graafsmeer) het complex een nieuwe bestemming geven met, net als in Oud-West, een nieuw stadsdeelkantoor, een grand-café en recreatieve voorzieningen.

De gemeente Amsterdam zei AOM en MUSA toe dat zij zou zoeken naar vervangende huisvesting. Jarenlang bleef die toezegging zonder resultaat. Maar in 2002 wilde de gemeente haast gaan maken met allerlei stagnerende bouwactiviteiten in de stad. Remise Tollensstraat en garage Oost dienden op korte termijn te worden ontruimd, terwijl nog steeds onduidelijk was waar de collectie trams, bussen en reinigings­voertuigen heen moest. AOM en MUSA schakelden daarop de rechter in. Die vond dat de gemeente eerst maar eens duidelijk moest maken wat zij met het historische erfgoed wilde.

Gelukkig kwam de gemeenteraad te hulp. Op basis van een notitie getiteld 'Keep them rolling' sprak de raad zich in juni 2003 in overgrote meerderheid uit voor het streven naar behoud van de historische trams en bussen voor de stad. Aan het college van B&W werd gevraagd de zoektocht naar een tijdelijke oplossing af te ronden, en voor de lange termijn de mogelijkheid van een definitief 'rijdend museum' te onderzoeken, in overleg met de samenwerkende stichtingen en betrokken stadsdelen.

In de loop van 2003 kwam de gemeente met haar tijdelijke oplossing. De rijvaardige AOM-trams zouden in een tent of een tijdelijke Romney-loods achter het Haarlemmermeerstation komen, de overige trams, MUSA-bussen en reinigings­voertuigen in een railloos bedrijfsgebouw in het westelijk havengebied. De stalling achter het Haarlemmermeerstation riep echter niet alleen veel praktische vragen op, ook was onduidelijk of het Stadsdeel Oud-Zuid hieraan de benodigde medewerking zou geven. De gemeente kwam toen, als laatste bod, met de 'oplossing' om ook de rijvaardige trams in de hal in het westelijk havengebied te zetten. Niet op rails en zonder aansluiting op het tramnet, zodat het AOM zijn kosten voorlopig niet zou kunnen terugverdienen met de Touristtram en andere ritten op het stadsnet.

Ten einde raad wendden AOM en MUSA zich opnieuw tot de rechter. Tijdens de rechtszitting, in maart 2004, bleek dat de gemeente ineens veel minder haast had met de ontruiming van remise Tollensstraat en garage Oost. De bouwplannen voor de nieuwe bestemmingen zijn door veranderde marktomstandigheden vertraagd. De rechter constateerde verder dat de gemeente nauwelijks had gereageerd op de oplossingen die de museumorganisaties hadden aangedragen. Op verzoek van de rechter proberen de partijen hun geschil nu te beslechten door mediation, onder leiding van een onafhankelijke derde (de mediator).

De definitieve oplossing die de museumorganisaties nog altijd als het meest realistisch beschouwen is een openbaarvervoer- en straatbeeldmuseum achter het Haarlemmermeerstation. Deze oplossing is al in 2002 beschreven in het plan Sporend Bouwen. Daarnaast tonen de organisaties hun goede wil door hun collectie fors te saneren. Sinds 1999 zijn 51 railvoertuigen overgedaan aan museumorganisaties buiten Amsterdam of - als geen andere oplossing gevonden kon worden - gesloopt. Dat ging niet zonder pijn, maar hiermee is wel de hoeveelheid benodigde ruimte met 630 strekkende meter verminderd.

Zie ook:
Ontruiming begonnen, bussen in ballingschap!
Ontvangen reacties
Reactie op nieuwsbericht gemeente Amsterdam
OV-musea blokkeren Stadhuis Amsterdam
Verbijsterd
Mediation afgesloten met overeenstemming, maar geen geld van gemeente
Berichten in Het Parool voorbarig
Over het AOM
Oud GVB-directeuren springen in de bres voor OVMusea

> home > over het AOM > huisvesting